Voorzaaien - voor jeukende groene vingers

Voorzaaien - voor jeukende groene vingers

We zijn weer beland in die periode tussen winter en lente waarin het nog te vroeg is om al volop te beginnen zaaien en al te laat om nog langer stil te zitten.  Speciaal voor deze periode is er het 'voorzaaien'.

VOORZAAIEN

De koude bak

Er zijn veel gewassen die kiemen bij lagere temperaturen, zoals winterspinazie, veldsla, prei, diverse slasoorten, radijs en andere snelgroeiende kruisbloemigen, tuinbonen en erwten.  

Deze groenten kunnen voorgezaaid worden in een zogenaamde 'koude bak' of 'koude kas': een onverwarmde, door glas of plastic beschutte plek.  Dit kan een serre zijn, maar evengoed een oud raam dat schuin naar de zon gericht op een afboording van stenen e.d. gelegd wordt waaronder gezaaid wordt.  

In de volle grond zaaien, zelfs onder beschutting, zal voorlopig enkel lukken op plekken die niet te nat zijn na de overvloedige regenval van de laatstste maanden - zoniet zouden de kiemende zaadjes al snel ten prooi kunnen vallen aan schimmels of een late winterprik.  Wat echter ook mogelijk is, is voorzaaien in potjes, zaaitrays of bakjes - en dit kunnen gerust ook plastic bakjes zijn die anders in de vuilnisbak zouden belanden.  Er zijn hierbij wel enkele dingen waar je moet op letten:

  • Grond: maak of kies een geschikt grondmengsel.  Zaaigrond is niet hetzelfde als teeltgrond - kiemplantjes doen het beter in grond die niet zo voedselrijk is.  Er bestaan voorgemengde zaai- en stekgrondmengsels, die echter vaak turf bevatten en dus omwille van hun impact voor de aardse ecosystemen niet aan te raden zijn.  Je kunt echter ook zelf je zaaigrond maken.  Meng hiervoor 1 deel scherp zand (wit zand of rivierzand) met 1 deel tuingrond, 1 deel rijpe (blad)compost (of kokosturf - een nevenproduct van de kokosverwerking) en eventueel 10g gesteentemeel per emmer mengsel.  Wil je je kleine plantjes in deze grond laten staan tot je ze op hun definitieve plek uitplant, dan neem je best 2 delen compost, zodat je plantjes voldoende voedsel hebben.
  • Recipiënt: als je zaait in gebruikte bloempotjes, is het mogelijk dat er schadelijke schimmels in aanwezig zijn.  Deze kun je neutraliseren door ze grondig te wassen, eventueel met zuurkoolsap of een compostaftreksel van gezonde compost.  Of je kunt het natuurlijk gewoon ineens proberen - de sterkste planten zullen het overleven en die maken in je tuintje vervolgens ook meer kans om hun plan te trekken.
  • Zaaien: zorg er voor dat je zaait in grond die voldoende vochtig is voor je zaad om te kiemen, maar voldoende droog om rotting en schimmelvorming te voorkomen.  Een andere maatregel die je kunt nemen om schimmelaantasting van je kiemplantjes tegen te gaan is de zaadjes afdekken met een fijn laagje bevochtigd wit zand ipv met grond.  Wit zand is immers vrij steriel.  Dit geldt vooral voor kleine zaadjes.  Verder let je best op de zaaidiepte - doorgaans volstaat het om je zaden 2x zo diep te zaaien als ze dik zijn, voor erwten en tuinbonen mag dat ook tot 3x zo diep zijn.  Zorg er voor dat de zaadjes goed contact maken met de grond.  Druk ze hiervoor lichtjes aan na het zaaien.
  • Verzorging: houd de grond vochtig met een plantenspuit tot de kiempjes boven staan.  laat ze van dan af zelf op zoek gaan naar water, dat ze bij voorkeur van onderuit kunnen opzuigen.  Zet ze na kieming ook op een plaats met voldoende licht, anders zullen de plantjes heel iel worden en nooit sterk genoeg om te overleven.  In een afgesloten ruimte zorg je tevens best voor voldoende verluchting overdag.  Eenmaal de kiempjes hun eerste echte blaadjes gemaakt hebben, kun je ze verspenen in grotere potjes met rijkere grond (= verhoudingsgewijs meer compost) en daarna geleidelijk aan afharden door ze bloot te stellen aan de buitenlucht.  Dit laatste is ook noodzakelijk als je ze nog iets langer laat staan tot je ze uitplant.  Als je met al deze dingen rekening houdt, is de kans groter dat je stevige, robuuste plantjes krijgt, die goed voorbereid zijn op de wijde wereld met al zijn mogelijkheden en gevaren.  Je begrijpt misschien dat het bij de mens net zo is.. 

De warme bak

Zuiderse gewassen die een lang teeltseizoen hebben worden het best binnenshuis voorgezaaid op een warme en lichte plek.  Dit zijn immers planten die warmte nodig hebben om te kiemen.  Soorten die je in februari al kunt beginnen opkweken zijn tomaten, paprika's, pepers en aubergines.    

Verder geldt alles wat voor de planten in de koude bak geldt ook voor de gewassen die je op een warme plek voorzaait.  Voor deze zonnekloppers is het uiteraard extra belangrijk om te letten op voldoende licht tijdens de opkweek, anders krijg je al gauw sprieterige plantjes die altijd zorgenkindjes zullen blijven.  Ook het afharden is hier belangrijk, maar hiervoor is het beter om te wachten tot de temperatuur buiten naar de 20°C gaat.

 

Alvast veel succes met de opkweek!  

 

Diëgo Van De Keere - 'Anupana' - moestuinbegeleiding Gent en Garde

Buurtmoestuinbegeleiding

33 leden
sinds 18/06/2015
Buurtmoestuinbegeleiding

In deze groep kunnen jullie ervaringen, ideeën, tips... uitwisselen met de andere buurtinitiatieven die we begeleidden vanuit Stad Gent. Ook kunnen er eventueel afspraken gemaakt worden rond samenaankopen, gedeeld gebruik van materiaal, uitwisseling van kennis en vaardigheden... Laat je gaan, en zet zeker ook je project op de kaart!

Willen jullie ook een buurtmoestuin opstarten of moestuinbegeleiding krijgen? Stuur een mailtje naar info@gentklimaatstad.be.

 


Nieuws

Heb je iets aan te kondigen? Een leuk recept ontdekt of een blogpost die je wil delen? Een boeiend artikel ontdekt over voeding? Publiceer het hier!