Ziektes en plagen: preventie en aanpak

Ziektes en plagen: preventie en aanpak

GEÏNTEGREERDE PLAAGBESTRIJDING

Planten kunnen net als wij ziek worden of belaagd worden door parasieten.  Net zoals bij ons is de hoofdoorzaak van ziektes meestal een verminderde immuniteit.  Een plant die alles heeft gekregen wat zij nodig heeft om gezond en gelukkig op te groeien, heeft weinig te duchten van de vele belagers die het op haar gemunt hebben.

De aanpak van ziekten en plagen die het meest ecologisch verantwoord is, is de geïntegreerde plaagbestrijding.  Deze verloopt in verschillende stappen:

1. preventie

2. mechanische bestrijding

3. biologische bestrijding

4. chemische bestrijding

In een werkelijk ecologische tuin hoef je in principe niet verder te gaan dan de eerste stap, omdat de natuur in dit geval voor jou werkt.  Wanneer het zo ver komt dat een oogst helemaal dreigt te mislukken en chemische bestrijding de enige overblijvende optie is, laat je beter je oogst verloren gaan.  Dit betekent immers dat je je hele teeltwijze moet herwerken, want wat je aan het doen bent is blijkbaar in strijd met de natuur.

1.  PREVENTIE

  • De juiste plant op de juiste plaats

Voor je aan een eetbare tuin begint is het verstandig om grondig te observeren.  Zo kun je al veel problemen voorkomen.  Schaduwrijke groeiomstandigheden zullen bijvoorbeeld door sommige gewassen beter verdragen worden dan door andere.  Hetzelfde geldt voor vocht, wind of de nabijheid van andere planten.  Wat het nu reeds goed doet vertelt je bovendien iets over de huidige toestand van je bodem (rijk/arm, compact/los, alkalisch/zuur, …).

  • Levend erfgoed

Gecultiveerde planten, waartoe ook onze groente- en fruitrassen behoren, zijn levend cultureel erfgoed.  Veel rassen werden soms eeuwenlang geselecteerd voor specifieke groeiomstandigheden. De omgeving verandert echter doorheen de jaren, en het is dan ook belangrijk dat deze veredeling verder gezet wordt.  Zoniet gaan de gunstige eigenschappen verloren en moeten we helemaal opnieuw beginnen.

Kies daarom indien mogelijk steeds voor resistente, lokale rassen.

  • Gezonde bodem, gezonde planten

Een gezonde bodem is luchtig, humeus en heeft een goede waterhuishouding.  Maar bovenal: een gezonde bodem is een levende bodem, iets waarvan de impact nog altijd schromelijk onderschat wordt.  Planten hebben immers nood aan bacteriën en schimmels, die hun wortels beschermen tegen ziektes en die organische moleculen omzetten tot plant-opneembare minerale verbindingen.

Een juiste dosis deskundig gemaakte, levende compost voegt grote hoeveelheden gunstige micro-organismen toe, verhoogt het humusgehalte in de bodem en verbetert hierdoor de bodemstructuur en de capaciteit om vocht vast te houden.  Dit is enigszins vergelijkbaar met wat ‘vezels’ doen in onze darmen.

Fungiciden, pesticiden en herbiciden zijn nefast voor het bodemleven en zorgen dan ook voor hulpeloze, behoeftige gewassen.  De combinatie van bestrijdingsmiddelen en anorganische meststoffen is een miljardenbusiness die wereldwijd stelselmatig honderdduizenden hectaren landbouwgrond verwoest en kleinschalige boeren dwingt om naar de sloppenwijken te verhuizen of te migreren.

Het is altijd beter om samen te werken met Moeder Natuur dan om te proberen haar in een keurslijf te dwingen.

  • De juiste bemesting

Meerjarige polyculturen kunnen heel lang zonder toevoegingen van buitenaf: ze beschikken immers over een ondergronds netwerk van schimmels die voedingsstoffen over grotere afstanden kunnen transporteren.  Onze 1- en 2-jarige moestuingewassen groeien van naturen in verstoorde bodems en hebben in hun oorspronkelijke verschijningsvormen meestal geen dikke zaden, knoppen, knollen of kroppen.  Zonder af en toe voedingsstoffen toe te voegen zal de opbrengst van de meeste groenten dan ook zeer laag zijn

De voedselbehoefte van de verschillende gewassen is echter variabel naargelang het gewas.  Overbemesting leidt tot een grotere vatbaarheid voor ziekten, plagen en rotting.  Bij te weinig bemesting zijn ze kleiner en meestal gezonder, maar is de kans op doorschieten ook groter.

  • Vrucht- of teeltwisseling

Ieder gewas afzonderlijk van de juiste hoeveelheid voedingsstoffen voorzien is een tijdrovend precisiewerk.  In dit teeltsysteem worden daarom de gewassen met enigszins gelijkaardige voedselbehoeften gegroepeerd in 6 groepen die in een rotatieschema worden geteeld.  Door een consequente toepassing van dit systeem komt een gewasgroep maar eens in de 6 jaar op dezelfde plek te staan, wat dan weer een goede preventie is tegen allerlei ziektes en plagen. 

  • Bescherming en beschutting

Planten die vatbaar zijn voor ziektes of plagen die bevoordeeld worden door vochtige weersomstandigheden (vb. phytophtora bij tomaten) kunnen opgekweekt worden in een serre of kas.  Planten die vatbaar zijn voor vliegende insecten kunnen worden afgedekt met insectengaas.  Zo zijn er voor verschillende soorten plagen verschillende maatregelen die genomen kunnen worden.  Zie verder meer hierover.

  • Teeltcombinaties

Door op een doordachte manier gewassen te combineren, hetzij in het teeltbed, hetzij langs de randen van de moestuin, kunnen plaagbestrijdende insecten worden aangetrokken en ziektes en plagen worden geweerd of misleid.  Zo werkt tagetes (‘Stinkers’) bijvoorbeeld tegen bodemaaltjes, die de haarwortels van planten aantasten en zo bodemmoeheid veroorzaken, wat leidt tot een ondermaatse oogst.  Tagetes combineren met je gewassen zorgt op deze manier indirect voor een betere doorgroei van de wortels en dus voor een gezonder gewas.  Vooral wortelgewassen en peulvruchten zijn gebaat met Stinkertjes in de buurt.

  • Plantenaftreksels

Ook planten kunnen veel baat hebben bij fytotherapie.  De inhoudsstoffen van veel planten hebben vaak een plantversterkende of een ziekte- of plaagwerende werking.  Indien deze planten worden verwerkt tot een thee of een gefermenteerd brouwsel en over de planten worden gesproeid, schrikken ze ziekten en plagen af of misleiden ze hen door hun sterke geur.   

2. PROBLEMEN EN OPLOSSINGEN

  • Gebreksziekten

Dit zijn niet echt ziekten, maar verschijnselen die iets vertellen over de plantbeschikbaarheid van bepaalde mineralen.  Alle noodzakelijke mineralen zijn in alle bodemtypes aanwezig, alleen zijn deze niet altijd direct opneembaar door de plant.  De hoofdoorzaak hiervan is het ontbreken van de juiste bodemorganismen.  Gebreksziekten kunnen dan ook het best bijgestuurd worden door te zorgen voor een rijk bodemleven.  Daarnaast kan geopteerd worden om lokaal te zorgen voor een extra compostgift of mineraalrijke poeders (bv. zeewierkalk) of oplossingen (bv. smeerwortelextract).  Hou er rekening mee dat je door dingen van buitenaf in te voeren waarschijnlijk ergens anders roofbouw pleegt.

Zie foto’s in bijlage (determinatietabel + foto’s)

  • Ziekten

Dit zijn de ‘echte’ ziekten, veroorzaakt door schimmels, bacteriën en virussen.  Deze zullen vooral planten aantasten die reeds verzwakt zijn, die niet op een voor hen geschikte plaats groeien of als een secundaire besmetting via de wondjes die worden toegebracht door hun belagers of via weefselbeschadigingen.

Ziekten kunnen het best preventief aangepakt worden.   

Voor een overzicht van enkel veelvoorkomende ziekten, zie https://en.wikipedia.org/wiki/Plant_pathology

  • Plagen

‘Plagen’ zijn dieren die van dezelfde planten houden als wij, maar die ons voor zijn.  Er bestaan zowel boven als onder de grond talloze soorten.

Onder de ‘plagen’ bevinden zich o.a.:

Vlinders, bladluizen, schildluizen, tripsen, wantsen, mijten, vliegen, aardvlooien, nematoden, bladwespen, kniptorren, slakken, woelmuizen, duiven, konijnen, reeën en olifanten.  Te veel om hier allemaal over uit te wijden.  In het ‘Handboek Ecologisch Tuinieren’ van Velt wordt er uitgebreid op alle ziektes en plagen ingegaan.

Enkele van de veelvoorkomende plagen en wat je er aan kunt doen:

Vlinders

De bekendste soorten in de moestuin zijn het Groot koolwitje (Pieris brassicae) het Klein koolwitje (Pieris rapae), de Kool-uil (Mamestra brassicae), de Aardrups (Agrotis segetum en spec.) de Groente-uil (Lacanobia oleraceae), diverse soorten bladrollers (erwten-, peren-, appelbladroller) en andere micro-nachtvlinders (vb Stippelmotten).

Preventie:

  • velerlei vogelsoorten zijn verzot op rupsen.  Voorzie ruimschoots schuil- en broedplekjes voor je gevederde vrienden. 
  • Allerlei roofwantsen, spinnen, sluipwespen, loopkevers.. durven ook wel eens een rupsje te verschalken.  Vooral voor de sluipwespen (vb. Apanteles glomeratus) is het van belang om steeds voldoende rupsen te laten zitten.
  • Houd het perceel voldoende open.  Eileggende vlinders hebben meer moeite om hun ding te doen als ze continu wegwaaien.
  • Zorg voor de algemene preventieve maatregelen zoals eerder vermeld
  • Gebruik insectengaas: vliegende insecten kunnen op deze manier niet tot bij het gewas komen.
  • Diverse kruidenaftreksels kunnen ingezet worden (zie excelbestand)
  • Doe aan combinatieteelt (sterke geuren kunnen de vlinders letterlijk om de tuin leiden)
  • Plant Oost-indische kers (koolwitjes houden evenveel zoniet meer van deze snelgroeiende plant, die duidelijk minder hinder ondervindt van de diertjes)

Mechanische bestrijding:

  • Vang de rupsen weg met de hand (en kweek ze eventueel op: nog steeds 1 van de beste vormen van natuureducatie om samen met kinderen te doen!)
  • Schud de planten: de rupsen laten zich vallen
  • Wrijf de groepen eitjes van het Groot koolwitje fijn als je ze ziet (kan ik zelf niet over mijn hart krijgen: er zijn al zo weinig vlinders!  ik scheur ze af en gooi ze bij de oost-indische kers)

Biologische bestrijding:

  • Laat niet-scharrelende kippen even een uurtje los in de moestuin
  • Zet Bacillus thuringiensis is: werkt specifiek op rupsen
  • Andere vormen van biologische bestrijding laat je best aan de natuur over.

Biochemische bestrijding:

Pyrethrum is een biologisch systemisch insecticide.  Dit is een paardemiddel, dat ik zelf nooit gebruik, omdat het niet selectief te werk gaat en dus alle insecten doodt, ook de nuttige.

Bladluizen

Er bestaan veel soorten bladluizen, vaak vernoemd naar hun geliefkoosde plant (bv. zwarte bonenluis etc.).  Bladluizen zijn hermafrodiet: de vrouwtjes kunnen onbevrucht nieuwe bladluisjes voortbrengen.  Hierdoor kunnen hun aantallen in gunstige omstandigheden spectaculair toenemen.  Met hun zuigsnuitje laten ze zich vollopen met suiker- en mineraalhoudende plantensappen (het teveel scheiden ze uit als ‘honingdauw’).  Het grootste gevaar vormen de virussen en andere ziekten die ze kunnen overdragen of die via de wondjes binnendringen in de plant.

Gelukkig zijn er ook veel natuurlijke vijanden.

Preventie:

  • Voorzie huisvesting voor hun natuurlijke vijanden, zoals oorwormen, gaasvliegen en lieveheersbeestjes
  • Laat enkele strategisch gekozen planten in bloei komen (bv. pastinaak; wilde composieten als distels, biggenkruid, leeuwetand; brandnetels; oost-indische kers…).  De bladluizen houden van de sapstroom die op gang komt bij de zaadvorming, waardoor de kans bestaat dat ze je groenten met rust laten.
  • Zorg voor bloeiende planten die plaagbestrijdende insecten aantrekken. Zweefvliegen en diverse soorten wespen houden van de nectar die zij uit bijvoorbeeld venkel kunnen halen.  Diverse soorten zweefvlieglarven zijn de grootste veelvraten onder de bladluizenvreters.  Wespen zoeken dan weer allerlei insecten bijeen voor hun carnivore kroost (rupsen, kevertjes, bladluizen, ..)
  • Diverse kruidenaftreksels zijn bladluiswerend (zie excel)
  • Zorg voor de algemene preventieve maatregelen zoals eerder vermeld.

Mechanische bestrijding:

  • Wrijf de bladluizen fijn
  • Verwijder sterk aangetaste toppen (labboon)
  • Spuit met een krachtige straal de bladluizen van de plant

Biologische bestrijding:

  • Lieveheersbeestjes en gaasvliegen zijn verkrijgbaar in de handel.  Het is echter raadzamer om de natuurlijke bestrijders hun gang te laten gaan: de diertjes zijn vaak niet aangepast aan ons ecosysteem, waardoor het niet altijd voorspelbaar is wat de gevolgen zullen zijn.  Zo werd het Veelkleurig aziatisch lieveheersbeestje met veel gejuich geïntroduceerd in de fruitteelt als biologische bestrijdingsmiddel, met als gevolg een drastische terugval van de aantallen inheemse lieveheersbeestjes: de larven bleken naast bladluizen ook niet vies te zijn van hun inheemse familieleden…
  • Diverse plantenaftreksels zijn bladluisbestrijdend.  Regelmatig herhalen is de boodschap. (zie excel)

Aaltjes (Nematoden)

Aaltjes zijn microscopisch kleine wormpjes.  Naast een aantal gunstige soorten (carnivore aaltjes; bestrijders van naaktslakken; opruimers van dood plantenmateriaal) zijn er ook een aantal soorten die schadelijk kunnen zijn voor de gewassen.  Hun talrijke aanwezigheid wordt ook wel ‘bodemmoeheid’ genoemd: als kort na een aantasting nog eens een gelijkaardig geplant wordt (de meeste soorten aaltjes zijn gebonden aan welbepaalde planten), vallen de aaltjes opnieuw aan.  Zo is er bv. aardappelmoeheid, bietenmoeheid, ..

Preventie:

Teeltwisseling is hier de belangrijkste maatregel.  Vooral mosterdglycosiden (o.a. in Rammenas, Mosterd, Mosterdblad) zijn giftig voor aaltjes.  Wie de vruchtwisseling respecteert, zal niet snel problemen krijgen.

Biologische bestrijding:

Tagetes (‘Stinkers’) scheiden via hun wortels stoffen af die hetzij aaltjes doden, hetzij hen lokken terwijl er geen voedsel voor hen te vinden is, waarna ze alsnog het loodje leggen.

Slakken

Segrijnslakken (kleinere, bruine versie van de wijngaardslak) en allerhande naaktslakken zijn misschien wel de meest gevreesde plaagdieren.  Op 1 nacht tijd kunnen ze een heel veldje jonge plantjes vernietigen.

Preventie:

  • Vermijd slakkenvriendelijke schuilplaatsen.  Gazon en zeker lang gras vlakbij de moestuin is om problemen vragen.  In de moestuin is het hierom verstandig om enkel te mulchen van zodra het weer warmer wordt en de bodem sneller uitdroogt.  Zoniet blijft de mulch te lang liggen – wat een gedroomde biotoop voor slakken oplevert.
  • Zorg voor voldoende huisvesting voor slakkenliefhebbers: kikkers, padden, egels, eenden, glimwormen, loopkevers, lijsters, merels, spitsmuizen, hooiwagens…
  • Zaai je plantjes voor in potjes tot ze groot genoeg zijn om voor zichzelf te zorgen
  • Geef je planten ’s ochtends water, zodat het tegen ’s avonds is opgedroogd

Mechanische bestrijding:

  • De meest beproefde methode: slakkenjacht!  3 avonden na elkaar bij schemering alle slakken wegvangen en een paar keer om de twee weken herhalen verwijdert decimeert hun aantallen.  Doe dit al vroeg in het voorjaar, zodat ze zich nog niet massaal hebben kunnen voortplanten.  Je kunt de slakken lokken door ’s avonds stukjes fruit op vochtige, beschutte plekjes te leggen en overdag te controleren.  Voeder ze aan je kippen.
  • Gevangen slakken opkoken en laten gisten tot gier, dit in de tuin in de buurt van de meest gevoelige gewassen gieten.  Een beetje luguber maar schijnt wel te werken.
  • Scherpe, droge hindernissen oprichten: bv scherp zand, stukjes eierschalen, schelpengrit, doorgesneden plastic flessen, houtasse, lavameel..  de ruwe materialen werken enkel bij droog weer, behalve scherp zand (regelmatig herhalen)
  • Slakkenvallen plaatsen (de aloude bier- of melktruc).  Regelmatig verversen.

Biologische bestrijding:

  • Er zijn aaltjes verkrijgbaar (Phasmarhabditis hermaphrodita).  Deze gaan eenmaal aangebracht op de bodem op zoek naar naaktslakken. 
  • Indische loopeenden zijn gespecialiseerde slakkenjagers.  Ze zitten niet zo snel aan je gewassen, maar voorzie voor alle zekerheid toch maar een afboording rond je moestuin, die je open of dicht kunt doen naargelang de nood.

Biochemische bestrijding:

Er is een type slakkenkorrels op de markt op basis van ferrifosfaat, dat toegelaten is in de biologische teelt.  Dit is een stof die ook in de natuur aanwezig is.  De slakken eten er van en kunnen erna niets meer binnenkrijgen, waarna ze sterven.  Dit is enkel aan te raden als al de rest faalt.

3 Reacties
Reageer
  • Door Imelda Vandeplaz | op 01-07-2016
    Tof artikel! Vraagjes over slakken ...

    Welk soort bier kan je eigenlijk best gebruiken om slakken te vangen? Is er een goedkoop merk dat de klus klaart? Is het bij melk genoeg dat ze er gewoon van drinken eigenlijk?
  • Door Diëgo Van De Keere | op 01-07-2016
    Dag Imelda,

    Slakken zijn hierin niet kieskeurig hoor ;-)
    Met melk kun je ze wel lokken, maar is de kans kleiner dat ze er in verdrinken (ze worden dronken van het bier, maar ze ze zijn niet van hun melk van de melk).

    Momenteel staat de volgende generatie klaar in de startblokken. Nu een paar weekjes slakken vangen (best tijdens de schemering of door hen te lokken onder bv een stuk karton en de slakken er elke dag van onder te plukken) doet hun populatie flink verminderen.
  • Door Imelda Vandeplaz | op 01-07-2016
    Bedankt! Ook mijn radijzen zijn u alvast erg dankbaar Diëgo.

Buurtmoestuinbegeleiding

35 leden
sinds 18/06/2015
Buurtmoestuinbegeleiding

In deze groep kunnen jullie ervaringen, ideeën, tips... uitwisselen met de andere buurtinitiatieven die we begeleidden vanuit Stad Gent. Ook kunnen er eventueel afspraken gemaakt worden rond samenaankopen, gedeeld gebruik van materiaal, uitwisseling van kennis en vaardigheden... Laat je gaan, en zet zeker ook je project op de kaart!

Willen jullie ook een buurtmoestuin opstarten of moestuinbegeleiding krijgen? Stuur een mailtje naar info@gentklimaatstad.be.

 


Nieuws

Heb je iets aan te kondigen? Een leuk recept ontdekt of een blogpost die je wil delen? Een boeiend artikel ontdekt over voeding? Publiceer het hier!