Rupsen kweken

Rupsen kweken

 

Soms gebeurt het dat je oogst helemaal opgevreten wordt door rupsen.  Oh nee!  Wat nu?

 

Een educatieve goudmijn

 

Met enige creativiteit maak je van je probleem een kans: je hebt misschien geen kool geoogst, maar wel rupsen – een educatieve goudmijn!  

MAAR net zoals dat geldt voor alle goudmijnen geldt ook hier dat je er voor moet waken dat de neveneffecten van de 'ontginning' niet leiden tot allerlei ongewenste neveneffecten.  Vlinders en veel andere wilde dieren hebben het immers niet makkelijk de dag van vandaag.  Rupsen verzamelen in het wild is daarom uit den boze - tenzij je ze vindt op een plek waar ze sowieso zouden sneuvelen.  Het is van in het begin belangrijk om dit ook mee te geven aan de leerlingen.    

'Goede bronnen’ van rupsen zijn bv.: drukke fietswegen onder bomen (de rupsen die uit de bomen vallen en over de weg kruipen zijn vaak ten dode opgeschreven); planten waarvan je weet dat die binnenkort gesnoeid, gemaaid of gerooid zullen worden (bv. brandnetels in een berm die men eerstdaags wil maaien); rupsen die tevoorschijn komen bij het wieden (van de schooltuin).  Zo blijft de impact op het reeds ernstig gedecimeerde vlinderbestand minimaal.

Verder is het raadzaam om de vlinder die uit de pop komt vrij te laten op de plek waar je de rups gevonden hebt.  Zo zorg je voor een minimale verstoring van de populaties en zorg je er ook voor dat de vlinder zelf niet verloren gaat.  Hij/zij moet immers een partner kunnen vinden maar ook de juiste planten om eitjes op af te zetten.  Met zeer algemene soorten  (vb. klein en groot koolwitje, atalanta) kun je iets flexibeler zijn.

 

TIPS & TRICKS voor in de klas en daarbuiten

 

WAARNEMEN

 

  • Hoe ziet de rups er uit?  Welke kleur heeft ze?  Heeft ze haren?  Heeft ze stekels?  Hoeveel pootjes zie je?  Waar is haar kop?  Hoe zou een rups eten? 
  • Hoe beweegt de rups?  Is ze traag of snel?  Is ze voorzichtig of niet?  Rolt ze zich op in een bolletje zoals een poes of een egel, of doet ze alsof ze een stokje is? 
  • Wie durft de rups aan te raken?  Wie durft ze over zijn hand te laten kruipen?  Hoe voelt dat?  Kun jij ook kruipen zoals deze rupsen?  Probeer het eens!

 

Extra tips: laat de kinderen een foto of tekening maken.  Hang de foto aan de ‘beestjesmuur’: een muur met foto’s en namen van alle beestjes die er ooit / dit schooljaar op school gezien zijn.

 

INTERPRETEREN

 

  • Welke rups is dit?  Wat voor vlinder zou het worden? -> fantaseer er op los!  Hoe zou de vlinder er kunnen uitzien?  Maak allemaal een tekening en bewaar deze.  Verzin ook zelf een naam voor de vlinder – desnoods zelfs in een niet-bestaande taal.  Carte blanche voorlopig ;-)
  •  Op/naast/onder welke plant heb je de rups gevonden?  Vind je ook nog andere beestjes op deze plant?  Eten zij ook van de plant, of doen zij daar iets anders?  Hebben de beestjes vleugels?  Hoeveel pootjes zie je? -> bestudeer de beestjes, maak een tekening, gebruik een zoekkaart en een loepepotje, ...

 

Extra tips: zoekkaarten en loepepotjes kun je vaak ontlenen bij gemeentelijke diensten of downloaden, bv. via Natuurpunt.  Geef de kinderen zeker altijd mee dat een rups zich nog altijd het best voelt in de natuur en dat ze alleen rupsen mogen ‘redden’ die anders door de mens gedood zouden worden. Staar je wat de rupsen betreft niet blind op de soort of de naam: de hele magie van het opkweken en de grote verrassing die de kinderen wacht wanneer de vlinder uiteindelijk uit de pop komt is duizendmaal waardevoller dan het kunnen benoemen van alle vlinders, want door deze ervaring gaat het contact met de natuur veel dieper.  Voor de leerkracht kan het wel interessant zijn om de soort te kennen om zo ook de zorgen wat in te schatten, maar met enkele algemene richtlijnen (zie lager) kom je al een heel eind.

 

INTERAGEREN

 

Kweek de rups op tot vlinder. 

 

  • Hoe groeit een rups: groeit haar vel mee, of gebeurt er iets anders?  Hoe verpopt zij zich: maakt ze een cocon onder de grond?  Hangt ze zich vast aan een takje of het doek bovenaan? 
  • Wanneer zou de vlinder uitkomen denk je?  Waarom denk je dat?  -> controleer de potjes minstens om de 2 dagen – de laatste keer vrijdagavond en dan weer maandagochtend.
  • Bestudeer de vlinder goed.  Lijkt hij nog op de rups, of totaal niet?  Hoe is de vlinder opgebouwd?  Hoe zou die eten?  Waar zijn zijn ogen?  Wat zie je nog allemaal?  Kijk opnieuw naar de tekeningen die jullie gemaakt hebben.  Wie zat er het dichtste bij?  Maak een foto en hang deze op de beestjesmuur.   Laat de vlinder vrij, of geef hem mee met juf, meester of iemand anders die in de buurt woont van de plek waar de rups gevonden werd.

 

Extra tips: stel eventueel een beurtrolsysteem op bij het controleren of de vlinder al uitgekomen is.  Vertrouw de zorg voor de potjes toe aan de kinderen tijdens vakanties.  Dit is een heel belangrijke taak, waarmee zij verantwoordelijkheid leren dragen.  Vertel hen om zeker een foto te maken van de vlinder als deze tijdens de vakantie uitkomt voor zij die vrijlaten. 

 

Rupsen kweken in de praktijk

 

De plek: 

 

Min of meer dezelfde temperatuur als buiten, niet te veel direct zonlicht, niet te droog (huiskamer), niet te vochtig (kelder of badkamer).  De klas is dus niet de beste plek om rupsen op te kweken.  Als ze te warm staan komen ze te vroeg uit de pop en dat zou heel jammer zijn.

 

De huisvesting:

 

Zorg voor een pot die voldoende groot is: de vlinder moet zich immers op z’n kop hangen om zijn vleugels op te pompen.  Om diezelfde reden is het noodzakelijk om in de pot ook wat takjes te voorzien waar de pas ontpopte vlinder kan op kruipen.  Te kleine potjes of geen takjes leiden tot misvormde vleugels en ten dode opgeschreven vlinders.

 

De ‘bevolkingsdichtheid’

 

Te veel rupsen in 1 pot kan leiden tot ziektes en andere problemen.  Probeer het aantal diertjes te beperken tot een 3-tal rupsen van dezelfde soort per pot.  Als je niet zeker weet of het over dezelfde soort rups gaat gebruik je best per rups een potje, om verwarring bij het ontpoppen te vermijden.

 

De ‘vloer’:

 

Op de bodem van je potje voorzie je best een mengsel van zo’n 3-5cm aarde, hooi en gedroogd mos (mos uit een gazon is perfect.  Dit is een geknipt ‘MOS’-projectje ;-)).  Dit om de uitwerpselen van de rupsen wat te bufferen en om een plek te voorzien voor nachtvlinders, die bijna allemaal in de grond verpoppen.  Je kiest best een bodemmengsel dat licht vochtig maar niet nat is. 

 

Het ‘dak’:

 

Het is zeer belangrijk dat er een goede verluchting is.  Je dekt het potje dus best af met een luchtdoorlatend doekje.  Een oud stuk gordijnstof is perfect. 

 

De ‘identikit’:

 

Om te weten welke rups in welk potje zit, kun je (de kinderen) een fotootje (laten) maken en dit samen met een briefje met daarop de vindplaats, de vinddatum, de plant waarop de rups werd gevonden en eventueel wie die gevonden heeft op de pot plakken of tussen het elastiekje steken waarmee je de pot afsluit.  Zo vind je altijd alles makkelijk terug.

 

Geniet verder nog mee met de kinderen van MPI De Oase wanneer zij waarschijnlijk voor het eerst in hun leven een pas ontpopte koninginnepage kunnen bewonderen.  Je vindt het linkje verder in deze post.

 

Veel plezier en succes gewenst op dit boeiende natuuravontuur!

 

 

 

Schoolmoestuinbegeleiding

31 leden
sinds 18/06/2015
Schoolmoestuinbegeleiding

In deze groep kunnen de scholen uit groot-Gent hun moestuinervaringen, -foto's, -documenten,... met elkaar uitwisselen.  Zo kunnen jullie leren van elkaar, afspreken om elkaars schooltuin eens een bezoekje te brengen, een samenaankoop organiseren voor zaden en moestuinmaterialen, stoefen met de mooie oogst, zaden ruilen of met enkele scholen samen een heus oogstfeest organiseren!

Wil je meer info over schoolmoestuinbegeleiding? Stuur een mailtje naar info@gentklimaatstad.be.


Nieuws

Heb je iets aan te kondigen? Een leuk recept ontdekt of een blogpost die je wil delen? Een boeiend artikel ontdekt over voeding? Publiceer het hier!